Zogenaamde ‘device twins’ worden vandaag steeds belangrijker in het ontwerp, de ontwikkeling en de uitvoering van industriële IoT-oplossingen. Ze functioneren als virtuele toestellen die de data en metadata van de fysieke toestellen linken aan een IoT-platform. Hoewel het concept van ‘device twins’ nog volop evolueert en ongetwijfeld nog maar in haar kinderschoenen staat, is het nu al een essentieel onderdeel van de IoT-strategie van slimme maakbedrijven. 

Elk toestel dat in verbinding staat met een IoT-platform heeft twee soorten data. Een eerste zijn de metadata: details over het toestel, zoals het serienummer, firmware versie, merk, model, productiejaar… Dit soort data veranderen zelden. Een tweede soort van data zijn dynamische data: context-specifieke, realtime data die uniek zijn voor elk toestel. Bijvoorbeeld: een thermostaat kan als metadata het merk Honeywell hebben, en als dynamische data temperatuur en luchtvochtigheid. IoT-oplossingen halen die dynamische data uit slimme sensoren, en gebruiken ze vervolgens om specifieke opdrachten door te sturen naar het toestel waarmee ze in verbinding staan. Een mobiele app kan bijvoorbeeld de huidige temperatuur nagaan die gerapporteerd wordt door een thermostaat, en vervolgens de opdracht geven aan de thermostaat om de verwarming een graadje hoger te zetten. Maar… het herhaaldelijk opvragen van dynamische data bij de toestellen kan op termijn een dure grap worden. Of het kan zijn dat een toestel op een bepaald moment niet online is, en dus niet kan ingaan op de aanvraag/opdracht van het de IoT-applicatie.

Het is daar waar ‘device twins’ een belangrijke rol gaan spelen. Om de communicatie tussen applicatie en toestel te verbeteren, kunnen IoT-platformen een digitale kopie van het toestel gaan maken. Deze ‘digital twin’ presenteert de metadata alsook de laatste status van het toestel, dus de meest up-to-date dynamische data. Op die manier kunnen IoT-applicaties zonder zorgen communiceren met de digitale tegenhanger van het toestel. Deze ‘device twin’ is namelijk altijd in sync met de status van het fysieke toestel én altijd online. Want wanneer het fysieke toestel offline is wanneer de applicatie een opdracht verstuurt, zal de digitale tegenhanger deze opdracht registreren en vervolgens met het fysieke toestel synchroniseren wanneer dit terug online komt.

 

 

 

 

 

Afbeelding: Janakiram MSV, bron: forbes.com

 

 

Pin It on Pinterest

Shares
Share This
%d bloggers liken dit: